Sorry

Het is bijna een utopie, maar het 1 april genootschap Rien van Nunen koestert ook een groot geheim dat voorlopig niet mag uitlekken. Een (sub) Wiki Leakssite is ontworpen als een soort van biechtstoel voor de persoonlijke onthullingen van de leden van dit genootschap.

Sommige daden zijn nog niet verjaard en enkele gewaardeerde leden hebben vrees voor hun relatie als hun jeugdzonde aan de grote klok wordt gehangen. Op een geheime plek op het world wide web hebben de leden hun bekentenissen voor de camera afgelegd. Wie zoekt zal vinden, maar voorlopig hebben alleen de leden toegang tot dit geheime Wiki Leaksdomein. Sorry dus

Geplaatst in Wiki Leaks | Tags: , | Een reactie plaatsen

Weerzien met Frènk

Vandaag toevallig Frènk van der Linden weer mogen ontmoeten bij een congres over diensteninnovatie in Almere. Was weer ouderwets Frènk! Warm, uitdagend en bijzonder.

Een voorbeeld: Annemarie Jorritsma schudt handen met de dagvoorzitter en charmant als Frènk is stelt hij mij ook aan de burgemeester van Almere voor. Dat gebeurt als volgt:

,,Annemarie mag ik je voorstellen: Herman Poos; een goede vriend van mij uit Hillegom. Maar eerlijk gezegd: zoveel vrienden kun je in dit dorp ook niet hebben.”

Geplaatst in Blogbijdragen | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Hoe Hillegoms is het Rien van Nunen Genootschap?

Rieneke van Nunen: woonde 17 jaar in Hillegom, maar speelt als Hillegomse actrice in menig productie, bestiert met haar man een theaterschool in Hoofddorp

Andre Nelis:  woonde 20 jaar in Hillegom, maar slaapt nu op het Gooise matras in Hilversum

Jos van Heck: woonde 20 jaar in Hillegom, maar spreekt nu onvervalst Brabants in Den Bosch.

John Schoorl: woonde 23 jaar in Hillegom, maar resideert thans in Spaarndam

Paul de Vlieger: emigreerde van Zwaanshoek naar Hillegom waar hij inmiddels minimaal 18 jaar woont.

Hans Otte: woont zijn hele leven (50 jaar, 2010) in Hillegom en gebruikt zijn paspoort om in andere plaatsen te komen.

Frenk der Nederlanden: woonde 21 jaar in Hillegom, maar staat nu ingeschreven in een buitenwijk van Amsterdam: Velsen-Zuid

Bart Boerop: woonde ruim 17 jaar in Hillegom, en woont nu in Voorschoten.

Herman Poos: woonde gelukkig niet langer dan 17 jaar in Hillegom en is is na vele omzwervingen in Deventer geland en geaard.

Mark Plekker: woonde 20 jaar in Hillegom. En koos voor het echte leven vervolgens voor 17 jaar domicili in de hoofdstad. Inmiddels woont hij met vrouw en kinderen aan de rand van het IJsselmeer in Hoorn

Peter Voskuil: woonde 18 jaar in Hillegom en kijkt toe vanaf Beinsdorp, de andere kant van de Ringvaart.

Marca Bultink: is haar hele leven al gelukkig in Hillegom.

Erika Fangmann: woonde 24 jaar met plezier in Hillegom, maar is nu ingeschreven als inwoner van de gemeente Haarlem.

Als je de naam Rien van Nunen hoort, dan denk je?

Rieneke: Mijn vader

Andre: de burgemeester van Swiebertje. Woonde in Elsbroek

Jos: Om de echte stiefbeen te zien, hoefden we maar zo’n 500 meter te lopen

John: Aan een ijzeren speldje van de burgemeester dat ik ooit met knikkeren won

Paul: Aan Swiebertje. Maar vooral aan een prachtig mooie avond in Flora op 1 april 2010. De dag dat het Van Nunen genootschap het levenslicht zag. Goed werk, Herman!

Hans: Ankie

Frenk der N: Aan Rieneke, die op de Julianaschool een klein jaar bij mij in de klas heeft gezeten.

Bart: De man die Hillegom in de wereld op de kaart heeft gezet.

Herman: De beroemdste inwoner van het dorp en als ik nu de filmpjes van en over hem zie: ook een bijzondere acteur! Met recht de Eerste (artistieke) man van Hillegom

Mark: Aan Ankie en Rieneke. Die zaten ook op paardrijden bij manege Koopman. Het gerucht in de stal was dat zij dochters waren van de burgemeester. Heb ik mijn jeugdige onschuld ook lang gedacht dat Johan Sirag, die andere toneelspeler Hillegom, burgemeester in Swiebertje was.

Peter V: Dat was voor mijn tijd (ben van 1972), alhoewel ik wel een link met Joop Doderer heb.

Marca: Aan de burgemeester van Swiebertje, maar ook aan zijn dochters Rieneke en Ankie van Nunen, die ineens bij ons op school kwamen.

Erika: burgemeester van Swiebertje

Geplaatst in Achtergrond genootschap | Tags: , , , , , , , , , , , | 2 reacties

Geestige overpeinzing van Jos van Heck

Beste vrienden,

Ja, ‘vrienden’, want ik heb me nog nooit zo snel bevriend gevoeld als met de leden van het 1 april genootschap Rien van Nunen. Barrieres waren er niet te slechten. De meesten had ik nog nooit in levende lijve ontmoet. Net alsof we een gesprek oppakten dat nooit begonnen was. Het zal onze gemeenschappelijke achtergrond zijn geweest plus de daaruit voortkomende journalistieke reddingsvlucht. Hillegom is alleen maar te redden als ik ga schrijven, heb ik in mijn puberale overmoed ooit gedacht. Dat is vast geen overweging van mij alleen geweest. De naam ‘geestgronden’ moet goed geduid worden, want als er iets is wat ik daar altijd gemist heb is het wel de geest. Daar moest ik voor gaan zorgen. Mijn tweede stukje voor het rode weekblad werd al meteen in die geestgrond gesmoord.

‘Hoe groot schat jij de geestelijke ontwikkeling van de gemiddelde lezer van ons weekblad?’ vroeg de hoofdredacteur.

Daar had ik helemaal niet over nagedacht. Ik had gewoon geschreven.

‘De volwassen lezers,’ ging hij door, ‘hebben die het verstand van een volwassene, denk je?’

Ik dacht van wel.

‘Ik zal je uit de droom helpen. Je moet je richten op mensen die het verstand van een dertienjarige hebben. Die mensen snappen niks van jouw stukje.’

Toch had drogist Letschert gezegd dat hij mijn eerste stukje heel mooi had gevonden. Volgens mij heb ik al die jaren alleen voor Letschert geschreven.

Toen ik daar in Flora zat heb ik nog de aandrang gehad om naar hem toe te lopen. Maar ik dacht: Ach, laat maar zitten. Die is net als ik alleen maar ouder geworden.

Nu komt het, zoveel jaar later, toch nog goed. We hebben ons genootschap. Frenk der Nederlanden heeft dat officieel bevestigd in Het Parool. Dan is het zo. Hij schrijft zo mooi dat je zijn stukjes altijd zou willen lezen. Zoals ik de interviews van die andere Frenk vaak onderga als een spannend romanfragment.

Jos van Heck

Geplaatst in Digitaal plakboek | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Rien der Nederlanden

Met de veelzeggende kop Rien van Nunen en zijn dorpsgenoten heeft Frenk der Nederlanden de primeur van de geboorte van het 1 april genootschap Rien van Nunen in het Parool voor zich op geeist. De verhalenverteller onder de journalisten kronkelde door zijn gedachten hoe hij de enerverende avond in het hotel Flora aan het papier kon toevertrouwen. In het stuk vertrouwt hij de lezers van de de grootstedelijke krant toe welke historische betekenis Rien van Nunen heeft voor Hillegom.

Het artikel leidde onmiddellijk tot enkele reacties van lezers:

From: E. van Beek
To: Frenk der Nederlanden
Sent: Thursday, April 08, 2010 9:30 PM
Subject: Rien en zijn dorpsgenoten.

Beste Frenk,
Wat heb ik weer genoten van je column. Deze keer niet uit en over Amsterdam, maar iets anders en bijzonders…
Ik wil je een gunst vragen. Mag ik deze column overnemen hetzij in mijn weblog, of voor mijn mailgroep?
Als je ‘nee’ zegt aanvaard ik dat ook natuurlijk, want misschien ligt het copyright wat moeilijk.
Nog een fijne avond toegewenst en de groeten ‘-) aan je meiden.
Voor jou ook een groet,
Erica

En nog een reactie nav de column in het Parool:

Dag Mijnheer Frenk

Uw column in het Parool van 8 april ,Hillegom… tja mijn kleine kindertijd.!!!

Nee niet alleen u en al die belangrijke anderen, maar ook ik ben geboren in Hillegom. Voor de oorlog als vierde kind in het gezin van zeven kinderen. Tegenover van Tetstraat no 21 had vader de bollenveiling. Zo klein als ik was kan ik me de straat …toen nog met dunne boompjes… goed herinneren. Aan het eind vlakbij ons huis liep de straat dood op een slootje en achter die sloot was een weiland van de boer van de Marel. Er liepen koeien. Hij kwam als melkboer ook aan de deur de melk slijten. Ik herinner me de opmerking van mijn moeder over de slagroommelk
Ik speelde daar rondom de veiling in de bollenmanden met Nickie Assendelft, die ook in die straat woonde. Mijn grotere zussen en broer gingen daar naar school. De raiffaissenbank , de directeur woonde boven de bank, was een kennis van mijn ouders. Ik mocht weleens mee en keek dan uit het grote raam zo de oprijlaan in van (nu weet ik dat maar toen natuurlijk niet) Treslong. Vooraan de weg stonden twee stenen palen met een leeuw erop.
Het voelde daar zonnig , een scherpe lucht en veel licht.
Voor mijn ouders was dat hun gouden tijd. Alles was er, ook wij kindertjes liepen erbij als gouden haantjes. Mooie kleding, alles kon. Meisje voor dag en nacht de strijk en de was de deur uit.
En toen…en toen…brak de oorlog uit. De veiling werd door de Duitsers in beslag genomen, de hele handel lag stil en weg was alles.
Vertrokken naar Beverwijk waar vader werk had gevonden. Voor mijn ouders , die daarna veel meegemaakt hadden en wij ook, is het nooit meer geworden wat ze daar in Hillegom hadden.

Over Hillegom, wat hebben zij een heimwee gehad naar toen.

Ik vertel altijd als er gevraagd wordt waar ik vandaan kom, dat ik een bollenkind ben. Vol trots zeg ik dan: ” ik ben geboren in HILLEGOM”.

Cokkie Tesselaar
Slotlaan 51, 4851ec Ulvenhout.

Geplaatst in Blogbijdragen | Tags: , , , | 1 reactie

Beschermvrouw genootschap

Rieneke van Nunen is bereid gevonden als beschermvrouwe haar naam te verlenen aan het 1 april genootschap Rien van Nunen. Bijgaand haar (eerste bijdrage):


Mijn vader is vroeger ooit vreselijk beet genomen door een 1 april vereniging en het bewijs daarvan, een klein beeld, stond nog jarenlang bij ons op de schoorsteenmantel. Hij kon hier smakelijk over vertellen en hield wel van dergelijke grappen.
Ik weet dan ook zeker dat hij trots zou zijn op een eigen 1 april genootschap en voorop zou lopen in het bedenken van smakelijke grappen en vooral bij wie die grappen toegepast moeten worden.
Ik weet niet of jullie je met dergelijke dingen bezig gaan houden, maar als ‘beschermvrouwe’ zal ik wel op de hoogte worden gehouden, toch? Ik hoop het.

Groet,
Rieneke van Nunen

Geplaatst in Blogbijdragen | Tags: | Een reactie plaatsen

Herman Poos en het nooit gepubliceerde verhaal over Boudewijn de Groot

Waarover, met Wie, Waar, Waarom en Wanneer werd de eerste journalistieke stap gezet? Op dit   blog spitten de leden van het genootschap in hun herinneringen, plakboeken en archief om hier achter te komen. Wellicht geeft deze speurtocht ook inzicht waarom er tot 1975 inkt door Hillegom vloeide… (nota bene: tot het jaar waarin Rien van Nunen overleed, vonden vele journalisten het levenslicht tussen de bloembollen).  De tweede herinnering komt van Herman Poos:

Mijn eerste interview met Boudewijn de Groot, afgenomen met schoolvriend Paul Nieuwenhuizen, heeft uiteindelijk nooit de schoolkrant gehaald. Paste geloof ik niet in het format van de schoolkrant… Recentelijk kreeg ik nog wel een mail van Paul die zich veel wist te herinneren van het gesprek in huize De Groot, waar zoon Jimmy in de box dartelde:

Beste Herman,

Het interview met Boudewijn de Groot staat mij nog levendig voor de geest: samen op de fiets naar Heemstede. Een betrekkelijk eenvoudig huis. Een klein kind dat op de achtergrond door een grootmoeder (?) werd bezig gehouden. Boudewijn de Groot was uiterst beminnelijk en liet bij geen enkele vraag blijken ‘m al eens eerder te hebben beantwoord.

Met schaamte denk ik terug aan mijn zogenaamd van een kritische geest getuigende, maar o zo bekrompen vraag ‘wat vindt u van het feit dat een protestzanger als Bob Dylan voor zijn laatste platencontract een miljoen dollar heeft bedongen?’ (of zoiets).

Alleen toen werd hij een beetje ironisch en merkte hij fijntjes op dat Bob Dylan helemaal geen protestzanger was en dat het een groot artiest vrij staat om zich goed te laten betalen voor zijn uitzonderlijke prestaties (of zoiets). Ik voelde mij terecht op mijn plaats gezet.

Het mooiste moment kwam voor mij echter toen het interview officieel al was afgelopen. Ik vroeg Boudewijn welk boek hem het dierbaarst was en uit de indrukwekkende boekenkast die de hele achterwand van de kamer besloeg pakte hij toen Nabokovs ‘Lolita’.

Ik ben het later gaan lezen en waarlijk, het is een van de indrukwekkendste liefdesromans waarmee ik ooit kennis heb gemaakt. Ik dank het zonder twijfel voor een aanzienlijk deel aan Boudewijn de Groot (én Lennaert Nijgh) dat ik zo’n liefde voor literatuur en poëzie heb ontwikkeld. Ik ben trouwens nog steeds een liefhebber van de muziek van Boudewijn de Groot en heb hem een aantal jaren geleden nog eens zien optreden in Paradiso.

Heb jij dat interview nog ergens? Ik meen mij te herinneren dat je het toen ook met een casetterecordertje hebt opgenomen. Zijn de mastertapes er nog? Zou geweldig zijn, al vermoed ik dat ze nog voor veel meer schaamrood op de kaken zullen zorgen. Maar ach, hoe oud waren we? Veertien, vijftien?

Paul

Ik ben daarna verder gaan zoeken naar mijn eerste geplaatste artikel in een schoolkrant. Als een Henk van de Meijde doe ik daarbij verslag van een scheidsrechtersbijeenkomst in Zeist.

Vlak daarna ging ik als 18 jarige in navolging van Frenk van der Linden en later mijn neef Jos van Heck aan de slag als schrijvend scholier bij het Weekblad voor de Bollenstreek (‘het rode weekblad’). Het leverde ook mijn eerste arbeidscontract op (25 gulden voor een halve pagina….). Mijn meest lucratieve bijdrage was overigens een fotoreportage met een uitgebreid foto onderschrift over een losgeslagen koe. De vele geplaatste foto’s betekenden toen kassa en een welkome aanvulling op de karige studiebeurs voor de School voor de Journalistiek!

Geplaatst in Digitaal plakboek | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Peter Voskuil debuteert met Yvonne van Gennip

Waarover, met Wie, Waar, Waarom en Wanneer werd de eerste journalistieke stap gezet? Op dit  blog spitten de leden van het genootschap in hun herinneringen, plakboeken en archief om hier achter te komen. Wellicht geeft deze speurtocht ook inzicht waarom er tot 1975 inkt door Hillegom vloeide… (nota bene: tot het jaar waarin Rien van Nunen overleed, vonden vele journalisten het levenslicht tussen de bloembollen).  De eerste herinnering komt van Peter Voskuil:

Mijn eerste interview ooit was met Yvonne van Gennip, in de zesde klas geschreven van de lagere school, samen met een vriendje. Zijn ouders kenden haar ouders en toen mochten we langskomen. Dan hebben we het toch al snel over 1984; weet nog dat ik bij Yvonne’s ouders thuis waar ze toen nog woonde op de bank tegenover haar zat en mijn kladjes door de war haalde. Daardoor kreeg ze sommige vragen twee keer.

Probleem is alleen dat ik die tekst niet meer heb en ook zo 1-2-3 meer zou kunnen achterhalen. Heb mezelf beloofd dat mijn laatste interview ooit ook met Yvonne zal zijn. Overigens volgend jaar ben ik er ook zeker bij wanneer het 1 april genootschap Rien van Nunen weer bijelkaar komt!

Geplaatst in Digitaal plakboek | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Wall of fame Rien van Nunen

Ode van dochter Rieneke
“Het donderjagen in Stiefbeen lag ‘m meer dan het soort humor in Swiebertje”, aldus Rieneke van Nunen over haar vader. Rieneke van Nunen, tevens beschermvrouwe van het 1 april genootschap Rien van Nunen, studeerde in 1991 af aan de Academie voor Kleinkunst te Amsterdam en trad daarmee in de voetsporen van haar vader. Na verschillende cabaretprogramma’s was ze te zien in de musicals ‘Move’, ‘Evita’ en ‘De Spooktrein’ en in de toneelproductie ‘Potasch en Perlemoer’. Op televisie speelde ze jarenlang in series als ‘De Sylvia Millecam Show’, ‘Kees & Co’ en ‘Oppassen!’.

Daarnaast is ze al jarenlang musicaldocente en maakt ze kinderjazzconcerten. Sinds 2003 produceert ze de voorstellingen van Lex Passchier Productions en Het Thriller Theater. In het radioprogramma Voortleven van de KRO brengt ze een ode uit aan haar vader.

Historisch geluid Eerste man
Als je de deze introductietune ziet en hoort van de Eerste man, dan begrijp je ook direct waarom Rien van Nunen jarenlang de Eerste man van Hillegom was, in elk geval als beroemdheid. Je moet wel even geduld hebben en tot vijf willen tellen, maar het beeld is van historische nostalgie….

Eerste man in huiskamer familie Van Nunen (bron: www.classics.nrcv.nl)

Eerste man was de eerste Nederlandse televisieserie die geheel buiten de studio werd gefilmd. De lichtblauwe Mercedes die de NCRV had aangeschaft, was twee zomers zes weken lang voornamelijk te zien in Amsterdam, maar reed ook naar Rotterdam en Antwerpen. Natuurlijk hadden de binnenopnamen in de tv-studio gemaakt kunnen worden. Producer Lies van Bommel en regisseur Paul Cammermans kozen echter voor alle interieuropnamen ook buitenlocaties. De huiskamer van Nijdam was de huiskamer van Rien van Nunen zelf.  ,,Voor de eerste serie werd gefilmd in ons huis aan de Parallelweg in Hillegom,” herinnert mevrouw Hella van Nunen-Faassen zich, ,,de tweede serie in ons grotere huis aan de Frans Halslaan, waar we toen naar verhuisd waren. Druk? Nee, ik vond het vooral heel gezellig. We waren die weken dat er gefilmd werd, eigenlijk één grote familie, acteurs en televisiemensen en Rita die ook heel vaak bij de opnamen was.”

Hella speelde zelf Bep, de vrouw van Freek Nijdam. Hun dochters Rieneke en Anke waren de kinderen Van Nunen. De taxichauffeurs in Eerste man zijn echte taxichauffeurs. Grotere rollen werden door acteurs vertolkt. ,,Het zoontje Pieter dat ik in de eerste aflevering kreeg, heet ook Pieter, maar is het kind van een vriendin,” zegt Hella van Nunen. Met Eerste man vergrootte Van Nunen zijn populariteit bij tv-kijkend Nederland.

,,Natuurlijk was het wel aantrekkelijk, ook financieel dat Rien zo graag werd gezien door televisiekijkers,” zegt mevrouw Van Nunen. ,,Maar het had soms ook wel een nadeel. We konden bijvoorbeeld met ons gezin niet in een restaurant zitten of op vakantie gaan, zonder dat hele families bijna op onze schoot kwamen zitten.”

Populair tot in Gorssel en Zwitserland

De serie straalde een lichtvoetige natuurlijkheid uit. Een sfeer die nog versterkt werd door de muziek die Harry de Groot voor Eerste man componeerde. Een soort musette, speels verwijzend naar
de films van de Franse komiek Jacques (Monsieur Hulot) Tati. Eerste man was vanaf aflevering 1 een succes bij kijkers en tv-recensenten. ,,Ik durf rustig te voorspellen dat de serie een sukses wordt,” schreef het Nieuwsblad van het Noorden. En De Telegraaf voorspelde ,,Een serie die Stiefbeen in populariteit zal evenaren.” Ook in het buitenland trok Eerste man aandacht. Oostenrijk en Zwitserland zonden de serie met ondertitels uit.

De NCRV benutte de populariteit door woensdag 20 december 1967 Van Nunen als taxichauffeur Nijdam met voorzitter Ozinga als passagier te laten voorrijden bij het echtpaar Koeslag in Gorssel. Het was het 475.000e NCRV-lid. Nooit eerder was de NCRV zo groot! NCRV-radio en -televisie registreerden hoe de voorzitter het echtpaar met een volautomatische wasmachine en een televisietoestel verraste. Er werd slechts één kritische opmerking gemaakt over Eerste man. Een lezer van het Algemeen Dagblad schreef: ,,Er zijn geen Rotterdammers uit de klei getrokken, heer Van Nunen, om een metro te bouwen. Laat u dit voor gezegd zijn.”

Een staaltje Rotterdamse humor, waarop ook Freek Nijdam geen weerwoord had! Rien van Nunen en de NCRV slaagden er zo weer in om een grote mate van populariteit te behalen.

Beeldmateriaal
Met dank aan de NCRV zijn nog tal van hoogtepunten van Rien van Nunen te zien. De fans smullen vooral van die ene keer dat hij -waarschijnlijk in Hillegom in zijn eigen huis- een vrouw moest ophalen.

Stiefbeen en zoon: 84% kijkdichtheid (bron: www.classics.ncrv.nl)
Twee mannen en een paard, meer is er niet nodig om een succesvolle tv-comedy te maken. Althans, in de jaren zestig, toen de NCRV-serie Stiefbeen en zoon met zijn kenmerkende tune zo’n 80 procent van de televisiebezitters thuis deed blijven. Men genoot van de kleine vetes tussen vader en zoon Stiefbeen, handelaren in lompen en oude metalen, die met hun paard Frida de straten rond het Waterlooplein afschuimen op zoek naar waardevolle rommel. Vader en zoon zijn tot elkaar veroordeeld maar kunnen eigenlijk ook niet zonder elkaar.

Rien van Nunen speelde vader Toon, immer gekleed in sjofel pak en klagend over zijn been, die hij in een heroïsche veldslag in de Tweede Wereldoorlog zou hebben bezeerd. Van Nunen had geen last van
zijn roem. Het volgende verhaal over hem doet de ronde: hij ging graag uit eten, en als hij in een restaurant klaar was met de maaltijd stond hij rustig op, liep hij naar de ober toe en zei:  “Zeg maar tegen de kok dat Stiefbeen heerlijk heeft gegeten.” Om vervolgens, zo wil de overlevering, zonder te betalen weg te wandelen.

Theater op televisie
In 1963, als de eerste aflevering van de serie wordt uitgezonden, bestond er nog maar één televisienet – pas een jaar later zou Nederland 2 worden opgericht. Voor die tijd was drama vaak een soort theater op televisie. Beelden konden nog niet worden opgenomen, zodat alles live moest worden uitgezonden. Vooral bewerkingen van toneelstukken verschenen op de televisie. In de jaren zestig werden de technische mogelijkheden groter, maar televisiedrama’s en komedies als Stiefbeen en zoon bleven
schatplichtig aan het theater. Zo had Stiefbeen en zoon een beperkt aantal locaties (meestal de huiskamer en de rommelschuur) waarbij vader en zoon vaak de enige twee zijn die in beeld komen.

In 1965 stond de serie op plaats 9 van de best bekeken televisieprogramma’s van dat jaar, met een kijkdichtheid van 84%. De serie moest het toen opnemen tegen geheide krakers als de one-man show van Toon Hermans en het Eurovisie Songfestival. De eerste aflevering van Stiefbeen en zoon werd uitgezonden op 11 oktober 1963, de dertiende en laatste aflevering van die eerste serie op 1 januari 1965.

In die tussentijd groeide de serie uit tot een instituut. Stiefbeen en zoon bestonden écht. De kijkers namen de serie zo serieus dat ze massaal brieven gingen schrijven naar aanleiding van de aflevering
‘Wetenschappelijke aanpak’, waarin Dirk ruim drieduizend kunstgebitten van een tandtechnicus koopt, in de hoop deze met winst te kunnen verkopen. Hij blijft uiteraard met de hele handel zitten, waarna de NCRV brieven ontving met teksten als: “Ik zou graag een gebit van u willen kopen. Bovengebit met vier tanden en ondergebit moet iets groter zijn” en “Als u werkelijk met die gebitten in de maag zit, kunt u mij er dan één leveren voor twee gulden vijftig?” Zo werden de publieksreacties net zo komisch als
de serie.

Breng eens een zonnetje
Samen met Bert van Dongen maakte Rien van Nunen ook nog furore als liedjeszanger met het programma Breng eens een zonnetje. Het refrein herhalen we graag op deze site:
Breng eens een zonnetje
Onder de mensen
Een blij gezicht te zien
Doet je toch goed
Vervul zo nu en dan
Hun liefste wensen
Een beetje levensvreugd
Schenkt nieuwe moed
Breng eens een zonnetje
Onder de mensen
Een blij gezicht te zien
Doet je toch goed
Vervul zo nu en dan
De liefste wensen
Het spreekwoord zegt
Wie goed doet goed ontmoet

En als je er geen genoeg van krijgt, dan kun je de complete melodie nog eens afluisteren via Youtube anno 2010…

Maar ook het optreden van Rien van Nunen met Jasperina de Jong is er een om in te lijsten.

Geplaatst in Wall of fame | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Achtergrond Rien van Nunen Genootschap

Op 10 december 1912 zag Rien van Nunen volgens Wikipedia het levenslicht in Hillegom. Er zijn ook bronnen die menen dat Rien van Nunen in Amsterdam is geboren. Geen twijfels zijn er dat hij decennia lang als burgemeester in Swiebertje en als Toon Stiefbeen als Eerste man door Hillegom wandelde. Hij gaf het bollendorp in die tijd met nog geen 18.000 zielen samen met de jaarlijkse bloemencorso enige kleur met “Breng eens een zonnetje“.

Op 6 september 1975 overleed Rien van Nunen op jonge leeftijd als gevolg van een ernstige reuma-aandoening. Sinds dien werd er geen wapenfeit als de geboorte van weer een journalist genoteerd in Hillegom. Tot 1975 vloeide er blijkbaar inkt door deze gemeente. Een generatie journalisten groeide op in de Bollenstreek. Op 1 april 2010 was dat aanleiding voor deze groep tot de oprichting van het Rien van Nunen Genootschap in het fameuze hotel-restaurant Flora in Hillegom.

Onderstaand een overzicht van journalisten die in Hillegom zijn opgegroeid. Lijst wordt nog continu uitgebreid…. Meesten zijn inmiddels lid van het Rien van Nunen Genootschap.

Frénk van der Linden (1957) begon bij het Weekblad voor de Bollenstreek en maakte daarna carrière als interviewer voor De Tijd, Nieuwe Revu en NRC Handelsblad. Hij schreef de roman De Steniging en maakte de tv-documentaire Verloren band over de scheiding van zijn ouders. Momenteel werkt hij voor Kunststof, Brandpunt en de Volkskrant.

Jos van Heck (1951) schreef boekrecensies voor Het Rode Weekblad en werd later literair medewerker van Metro. Hij is oprichter van Halteproza en was verbonden aan Boek Magazine. Daarnaast is hij leraar Nederlands. Hij overleed in 2022.

Peter van der Klugt (1956) zette menig managementblad op, zoals Quote en Carp, maar werkte ook voor NRC Handelsblad en voor de fotoafdeling van de Willem de Kooning Academie. Hij schreef de literaire thriller Een zinderende avond en is tegenwoordig actief als media-adviseur voor uitgevers en startups.

Peter Voskuil (1972) werkte als journalist voor het Haarlems Dagblad, NTG en Uitgeverij Verhagen. Hij schreef meerdere boeken, waarvan zijn ‘herniaboek’ over de geschiedenis van de Nederlandse platenindustrie het meest recente is. Tegenwoordig is hij uitgever bij Noblesse uitgevers.

Peter van Brummelen (1960) was al vroeg met een koptelefoon te vinden in de platenzaak van Veelenturf. Hij werd kunstredacteur en muziekjournalist bij Het Parool. Hij won in 2008 de Jip Golsteijn Journalistiekprijs.

John Schoorl (1961) is verslaggever en onderzoeksjournalist bij de Volkskrant. Daarnaast schrijft en dicht hij over muziek. Hij publiceerde vier verhalenbundels en drie dichtbundels, zoals Hoor de zieltrein en Lust for life. Sleepte hiervoor al verschillende prijzen in de wacht. Ook zijn journalistieke graafwerk werd al meermalen bekroond.

Frenk der Nederlanden (1959) begon als verslaggever bij de IJmuider Courant en stapte in 1990 over naar Het Parool. Daar was hij stadschroniqueur en chef verslaggeverij. Hij schreef enkele boeken over Amsterdam. In 2008 werden zijn verzamelde columns gebundeld in het boek 101 x Frenk.

André Nelis (1960) begon bij KRO’s Brandpunt. Twee van zijn reportages zijn internationaal bekroond. Daarna werkte hij als redacteur bij Netwerk, Nova, Brandpunt. Inmiddels is hij onderzoeksjournalist bij het tv-programma Zembla.

Rens Koldenhof heeft eerst de stadsredactie van het Haarlems Dagblad geleid en was daarna redactiechef bij het Leidsch Dagblad. Tegenwoordig werkt hij op de centrale redactie van deze kranten in Alkmaar. In Hillegom raakte hij in de ban van het basketbal en daar schrijft nog met groot enthousiasme over.

Paul de Vlieger (1962) begon als redacteur bij De Hillegommer en werkte als sport- en regioverslaggever bij de Leidse Courant, het Leidsch Dagblad. Onlangs verruilde hij die functie voor het Haarlems Dagblad. Daarnaast schrijft hij voor het magazine Draf & Rensport.

Hans Otte (1959) werd na de School voor de Journalistiek Haags (politiek) verslaggever voor omroepen als KRO, Veronica, RTL, SBS en de Wereldomroep. Tegenwoordig werkt hij als omroepjournalist voor Omroep West.

Bart Boerop (1971) richtte zich na zijn studie politicologie volledig op het schrijven van sportverhalen, eerst voor het Rotterdams Dagblad en tegenwoordig voor het Algemeen Dagblad.

Mark Plekker (1963) werkte na zijn studie politicologie als hoofdredacteur voor Computable en Technisch Weekblad. Hij was tien jaar hoofd media en concerncommunicatie bij de gemeente Amsterdam. Tegenwoordig heeft hij zijn eigen communicatiebureau.

Herman Poos (1960) werkte na kortstondig verblijf op School voor de Journalistiek bij het Leidsch Dagblad en het Algemeen Dagblad. Daarna werd hij eindredacteur van het Tros-programma Goalmaster en hoofd communicatie bij de KNVB. Hij is nu actief als innovator in de sector voeding en gezondheid en blogt daarover.

Emiel Fangmann (1961-1994) werkte na zijn studie Nederlands als literatuurrecensent en verslaggever voor het Leidsch Dagblad. Helaas overleed Emiel op veel te jonge leeftijd.

Jaap Hofman (1952) groeide op in Bennebroek en Hillegom en werkt al decennialang in Hilversum. Hij begon als producer (Langs de Lijn), werd general manager van Amsterdam Admirals en keerde daarna terug naar de omroep (Canal+, RTL, WNL en Holland Media Group). Tegenwoordig heeft hij zijn eigen mediabureau.

Pieter van Hove (1963) studeerde politicologie in Amsterdam en werkt sinds 1990 als journalist en redacteur bij de IJmuider Courant. Hij werkte mee aan verschillende boeken over Velsen en het IJmuider havengebied.

Marca Bultink (1960) schreef al tijdens haar studie Nederlands voor het Haarlems Dagblad en werd daarna journalist en communicatieadviseur. Zij publiceert boeken over landschap en cultuurhistorie van de Bollenstreek.

Hans Duivenvoorden (1953) werkt in het dagelijks leven als technicus, maar is eigenlijk kunstenaar. Hij tekent en schildert onder de naam HD Artstone Limited en is lid van Kunst Zij Ons Doel in Haarlem. Hij maakte cartoons voor Het Witte Weekblad en gaf verschillende stripboeken uit.

Taco Zimmerman (1969), zoon van een Hillegomse huisarts die naar schatting 1000 kinderen het eerste levenslicht liet zien. Na zijn studie politicologie verpandde Taco zijn hart aan tv maken. Sinds 2006 mede-oprichter van Tuvalu Media, producent van o.a. Ali B Op Volle Toeren, Brugklas, Maestro, maar ook speelfilms en dramaseries.

Corine Zijerveld (1967) werkte jarenlang bij de Rabobank, maar koos alsnog voor de fotografie. Inmiddels werkt ze als freelance fotograaf voor bedrijven, organisaties en bladen. En voor het Rien van Nunen Genootschap.

Mirjam de Graaff (1969) is regisseur bij BNN/VARA. Ze maakt programma’s als Spuiten en slikken, Proefkonijnen. Mirjam is de zus van de bevlogen programmamaker Bart de Graaff en latere omroepbaas van BNN. Na zijn dood in 2002 richtte Mirjam samen met anderen de Bart de Graaff Foundation op, waarvan zij nu voorzitter is. 

Erica Verdegaal (1960) werkte als econoom enkele jaren in het bedrijfsleven. Sinds 1995 schrijft ze boeken en columns over geldzaken voor onder meer FD, NRC Handelsblad en TROS Radar. Naast haar boeken en columns werkt Verdegaal mee aan radio- en televisieprogramma’s, onder meer voor BNR Nieuwsradio, Radio 1 en 2.

Remco Out (1996) studeerde journalistiek en marketing aan de Hogeschool van Amsterdam en volgt nu de opleiding tot docent biologie. Hij schrijft, fotografeert en maakt video’s voor media als Hillegom Online en Omroep Bollenstreek.

Marjolein van Trigt (1983) studeerde Film- en Televisiewetenschap en deed daarnaast de Schrijversvakschool. Marjolein schrijft vaak over de invloed van technologie op de samenleving. Ze doet dat voor ondermeer de Volkskrant, Binnenlands Bestuur en Quest Psychologie. Ze maakt daarnaast jaarverslagen, blogs en webpagina’s voor uiteenlopende opdrachtgevers.

Geplaatst in Achtergrond genootschap | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 7 reacties